Controleer regelmatig of het zaaibed of de graszoden en de bodem eronder voldoende vochtig blijven. Pas de hoeveelheid water aan aan regen, wind, temperatuur en de grond; één vast sproeischema past niet bij elke tuin.
Waar houd je rekening mee?
Bij zaaien moet je vermijden dat de bovenlaag uitdroogt of door een te harde straal wegspoelt. Bij graszoden moet het water ook de onderliggende wortelzone bereiken. Alleen het grasblad natmaken is onvoldoende, maar langdurige plassen zijn evenmin wenselijk. Stem de nazorg af op de aanleg en controleer vooral in droog weer vaker.





